Home Producten en diensten Uitgangspunten
EmmaŁs verhaal
Voorstellen Contact
 
 
 
Uitgangspunten

Het verhaal van de Emmaus-gangers lijkt niet over werken en supervisie te gaan, maar ik vind er voldoende aspecten in om het toch als supervisieverhaal te kunnen gebruiken.
Het verhaal gaat over Kleopas en zijn vriend die na de kruisiging van Jezus gehoord hebben dat hij uit de dood is opgestaan. Het graf was leeg en zijn doeken lagen keurig opgevouwen. Ze kunnen er helemaal niets mee en zijn eigenlijk blijven zitten in de gebeurtenis die ze met eigen ogen hebben gezien: zijn veroordeling, kruisiging en dood. Terwijl ze hun toekomst op Jezus hadden gezet. Ze zijn diepbedroefd en teleurgesteld.

13 Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15 Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16 maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. 17 Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ 19 Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. 20 Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. 21 Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22 Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25 Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27 Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.
28 Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. 29 Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. 30 Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31 Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. 32 Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ 33 Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34 die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’ 35 De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Kleopas en zijn vriend gaan samen op weg van Jeruzalem, naar hun huis in Emmaüs. Ze spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen en ze wisselen hun gedachten uit. Verhalen vertellen is in supervisie erg belangrijk. Het narratieve aspect zorgt ervoor dat we de ervaring in onze gedachten en beleving geordend krijgen.
Momenten van wendingen in het verhaal; van lang stilstaan bij een punt van het verhaal; maar ook het overslaan van onderdelen van het verhaal of zijdelings aanstippen van ogenschijnlijke niemandalletjes, zijn voor mij – supervisor - vaak nog belangrijker dan het verhaal zelf. Maar ook de non-verbale communicatie (vanuit mijn communicatie-vak) is heel duidend. Welke klemtonen, welk gebaren, welke gezichtsuitdrukking, welke lichaamshouding, welke blik een supervisant bij het vertellen gebruikt, vertellen mij ook iets.

Het uitwisselen van gedachten, dus niet alleen van de ervaring, zorgt er ook voor dat je er achter komt welke verwachtingen je had; waarom het zo tegenviel; waarom je de ander niet begrijpt, welke gevoelens in werkelijkheid meespelen. De supervisor moet daarbij wel opletten dat het niet te algemeen wordt, maar dat het vanuit de eigenheid van de persoon wordt verteld: ik dacht, ik voelde, ik wilde.
Als het gevoelens zijn van extra verontwaardiging of meer boosheid dan je bij zo’n situatie zou kunnen verwachten, dan ga ik op zoek naar mogelijke overdrachtsituaties. Bijv. “Waar heb je geleerd dat het zo erg is dat iemand je verlaat op een manier die je niet wilde?” Of “Hoe komt het dat je zo “in verwarring” bent “gebracht” door de boodschap van de vrouwen?”

Om dàt bij mijn supervisanten te bewerkstelligen, zou ik gebruik kunnen maken van diverse stoelen. Bij deze heren, zou ik de stoelen van het ‘denken’, ‘voelen’, ‘willen’ en ‘handelen’ kunnen gebruiken. Waarbij ik hen dan – in ontspannen toestand - laat vertellen wat ze dachten toen ze het verhaal van de vrouwen hoorden; wat ze voelden; wat ze wilden doen en wat ze nu gaan doen. Ik vind het altijd weer ontroerend om te zien hoe mensen door zo’n eenvoudige handeling als het wisselen van stoelen zo dicht bij zichzelf kunnen komen.
Het zou ook kunnen dat ik de mannen op de verschillende personage-stoelen laat plaatsnemen: Wat ervaarden de vrouwen?; Wat ervaarden de discipelen die het hadden geverifieerd? Wat zou Jezus zelf over dit verhaal zeggen? En wat zou een toeschouwer/willekeurige voorbijganger over dit verhaal met zijn reacties zeggen?
Een andere mogelijkheid is om een spel te doen. Ik maak vaak gebruik van een spel, omdat ik ervaar dat dat onverwachte, ontspannen mogelijkheden van anders kijken oplevert. Hier zou ik gebruik maken van het Waarden- en Normenspel. Om te onderzoeken welke waarden en normen er aan ten grondslag liggen dat deze mannen het verhaal van de vrouwen en van de mannen die daar na gingen kijken niet geloven.

Onderweg loopt Jezus met hen op en vraagt wat er aan de hand is. Wat ik leuk vind, is dat hier zo duidelijk staat dat hun ogen “vertroebeld” zijn. Ze zien het gewoon niet wie de man was die naast hen liep. Ook dat komt in supervisie voor, zowel bij de supervisor, als bij de supervisant. Voor mij als supervisor is dan iets zo vanzelfsprekend, dat ik bijv. niet zie dat het voor de ander zo ingrijpend was. Gelukkig maak ik regelmatig gebruik van metaforen aan het einde van het gesprek waardoor je ineens ziet: “Oh, dat heeft hem veel gekost om dat te delen, maar ik zag het niet”. OF andersom: de supervisant zit zo klem, terwijl ik dan door een eenvoudige vraag ineens twee zeer verbaasde ogen mij aan zie kijken en de supervisant verbaasd zegt: “maar natuurlijk....”

Ik ben dol op OENige1 vragen en moet lachen als Jezus in dit verhaal zegt: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. Prachtig juist een oenige vraag geeft de supervisant de gelegenheid na te denken over vanzelfsprekendheden. “Ja, waarom ben ik daar zó druk mee bezig?”; “Waarom doe ik mijn werk zoals ik het doe?” En weer vertellen ze hun verhaal. Mooi is om te zien dat ze ook aan Jezus hun hoop en teleurstelling en hun ontsteltenis laten zien. De emoties komen in dit verhaal naar voren. Dan raak ik van onder de indruk. Als ik de roos van Leary erbij haal, dan zie ik Jezus hier ineens tegenover gaan zitten. “Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip”
En dan doet Jezus iets. Hij zet het verhaal in een breder perspectief. Hier kan ik mijn eerste vak (politieke wetenschap) zonder problemen bij betrekken. Je gaat dan als supervisor de context erbij halen: wat zijn de politieke en maatschappelijke omstandigheden/normen en waarden. Wat voor invloed heeft dat op mijn denken, doen en laten. Ook die verschillende invalshoeken maken het verhaal van de supervisant completer, maar laten ook andere kanten van hun verhaal zien. Jezus plaatst hun ervaring in een breder perspectief.

Ook de verschillende tijdsbeelden ( Mytisch, Ontologisch, Functioneel) geven mij als supervisor handvaten.
Ik zal als supervisor niet veel aan het woord zijn, omdat ik geleerd heb dat elke supervisant zijn eigen weg gaat, zijn eigen tempo heeft. Wel kan ik middels vragen en bovengenoemde concepten een bijdrage leveren.
Als ik dit verhaal zo volg, dan zie ik alle punten van communicatie naar voren komen: het gaat om de inhoud, maar ook over de betrekking en de expressie en het appel wat er gedaan wordt op Jezus.

Jezus en de twee mannen komen bij hun einddoel. Daar waar hun wegen gaan scheiden. Afscheid is voor mij ook een belangrijk onderdeel in supervisie. Je kunt daar diverse vormen aan geven. Het zijn rituelen waarbij je terug kan kijken op wat je samen gedeeld hebt en wat het opgeleverd heeft, maar waardoor je ook elkaar in vrijheid weer los kan laten. Wat ik hier zie gebeuren is dat de mannen Jezus uitnodigen voor een maaltijd. In het Midden Oosten een belangrijk ritueel waarin gemeenschap tot uitdrukking komt. En daar - bij die maaltijd - kijken ze elkaar goed aan en zien de mannen uit Emmaüs ècht wie Jezus is. Het komt op mij over dat dat met supervisanten ook zo kan zijn. Ze zien je in het begin soms verheerlijkt aan omdat je hen helpt om dichter bij zichzelf te komen vanuit de verhalen over hun werkervaringen en daardoor beter hun werk te kunnen uitvoeren. En als ze bij de 15de keer ‘zelfstandig’ zijn en hun eigen supervisor zijn geworden, dan lijkt het net alsof supervisanten je ineens anders aankijken. Ze zien de middelen die je gebruikt hebt en passen die nu (meestal) ook zelf toe. Dan is er die verwondering en die blijdschap over het feit dat je dat zo hebt kunnen delen.
Doordat Jezus de betekenis verandert, en zij de verandering ervaren, gaan ze op pad. Dat is het allerlaatste. De twee mannen gaan hun ervaring, hun verandering van kijken weer delen met anderen. Dat is verwondering. Dat is het zien van de bloeiende bloem verscholen in een haag2.

Waar ik zelf mijn aandacht in mijn supervisies wil leggen, is dat ik vanuit de werksituatie vandaan ga kijken waar dat gedrag, die reactie vandaan komt, en dan ook terugkeer naar de werksituatie. Ik vraag dan: wat betekent dàt weten nu weer voor je werk. Volgens mij is de cirkel dan pas echt rond.
Tot slot wil ik graag fris blijven en geen gewoonten willen ontwikkelen, zodat ik in staat ben van het hele palet van supervisiemogelijkheden gebruik te blijven maken, daarom doe ik veel bijscholingscursussen en laat me de Gods Geest onderwijzen en leiden.

1 Oprecht, Eerlijk en Nieuwsgierig

2 [Basjo Macuo (1644-1694)]
Wanneer ik behoedzaam toekijk
Zie ik bij de haag
De Nazoena bloeien

 
 
     
 
© 2004-2018 Emmaus Pastorale Supervisie, Coaching en Intervisie
Concept en Realisatie: Heinosoft
Home
Contact
 
 
show overlay

Emmaus Pastoraat heeft een nieuwe website


Ga naar de nieuwe website op emmauspastoraat.nl >>

Blijf op www.emmauspastoraal.nl >>